Drommedaris en Engelse Toren

Bron / Auteur: klaas koeman

Drommedaris en Engelse Toren

Drommedaris en Engelse Toren

Enkhuizen laat hier haar krijgshaftige gezicht zien. De Drommedaris was ooit het begin van een stevige verdedigingsgordel die bestond uit dikke muren en torens. Vanaf de eerste helft van de zestiende eeuw beschermden ze de stad.
Drommedaris en Engelse Toren
De rechtertoren heette de Engelse Toren. Rond 1400 werd hij gebouwd.
De Hollandse graven gebruikten Enkhuizen toen als uitvalsbasis voor hun oorlogen in Friesland. De naam Engelse Toren is waarschijnlijk afkomstig van de Engelse huursoldaten. Die waren zeer gewild op de Europese slagvelden omdat het zulke goede boogschutters waren. Bij één van die Hollandse landingen bij Stavoren liet een Friese dame boven op de dijk haar blote achterste zien om haar mening over de Hollanders te kennen te geven. Zij kwam er achter hoe goed de boogschutters waren.

De ankers aan de toren herinneren aan de oorlogen tussen de hertog van Gelre (met als havenstad Harderwijk) en de Bourgondische vorsten. De Bourgondiërs probeerden alle Nederlandse gewesten in handen te krijgen. Gelre verzette zich tegen dat annexatiestreven.

De soldaten van Gelre vochten niet altijd met open vizier. In 1479 is er sprake van een Enkhuizer burgemeester die de gelande Gelrese troepen bij de Noorderpoort de sleutel van die poort probeerde toe te gooien. Hij werd betrapt en de aanval werd afgeblazen.

Bij de tweede aanval op Enkhuizen maakten de Gelrese vloot uit Harderwijk gebruik van een dagenlange dichte mist die op de Zuiderzee hing. Vlak voor de kust werd de vloot ontdekt door een paar Enkhuizer vissers. De snel gewaarschuwde Enkhuizers achtervolgden de Harderwijkers tot aan de overkant van de Zuiderzee.

Bij de derde aanval in 1537 verstopten de soldaten zich onderdeks. Maar door laag water konden ze niet direct de stad binnenvaren. Een Enkhuizer, Erik in de Bok, ontdekte ze en vroeg wat ze wilden. De Harderwijkers riepen dat ze mout hadden voor Jan Groot Albert. Ze hadden pech. De naam die ze noemden was toevallig de schoonvader van Erik’s dochter. Erik in de Bok realiseerde zich al snel dat het foute boel was. Na het alarmgeroep schrokken de aanvallers zo dat ze in hun haast de ankers kapten en maakten dat ze weg kwamen. Ter herinnering en om te plagen hingen de Enkhuizers de ankers aan de Engelse Toren. Na de sloop van de toren in 1829 werden de ankers opgehangen aan de Drommedaris.

De Engelse Toren speelde ook nog een kleine rol bij de opstand in 1572. Op 19 mei verzamelden de burgers zich bij de toren om de pro-Spaanse burgemeesters en hun schutters uit het Stadhuis te jagen. Ze braken de toren open om de daar opgeslagen wapens te pakken te krijgen. Karren met daarop de kanonnen voor zich uit duwend, trokken ze op naar het Stadhuis. Na één schot vluchtten de burgemeesters al tussen de hanenbalken.

In 1602 verhuurden de stadsbestuurders de Engelse Toren aan de pas opgerichte VOC. Het gemeentebestuur liet een ruime kap op de toren zetten om meer ruimte te creëren. Hier werd het eerste Enkhuizer VOC schip ‘De Maegt van Enkhuisen’ uitgereed. In 1604 was het weer terug. Tot 1630 vergaderden de bewindhebbers in de toren en werd hij gebruikt als opslagplaats. Sinds die jaren heette het gebouw de

Oost-Indische Toren.
Tot in de negentiende eeuw was de Engelse Toren een logement. Van Lennep en Hogendorp logeerden er tijdens hun bekende wandeltocht in 1823. Kort daarna is het gesloopt: de stad was inmiddels zo arm dat de handel in puin een belangrijke inkomensbron was geworden.

De ‘achterkant’ van de Bocht. Aan de Engelse of Oost Indische Toren rechts hangen nog de Gelrese ankers. Na de sloop van de toren zijn ze naar de Drommedaris verhuisd. Duidelijk is te zien dat de huizen in het water staan. Inmiddels is er een stuk land aangeplempt, waarschijnlijk met veel afval uit de ‘hangkeukens’. Afgebeeld is ook de lijst van officieren van het schip ‘De Haringthuin’ dat in 1713 naar de Oost vertrok.


Eerste pagina van het Octrooi dat de Staten-Generaal aan de VOC verleende, verzameling Algemeen Rijksarchief, Den Haag